info@ifsnederland.com

Voor iedereen een eigen forensisch expert

Independent Forensic Services IFS Artikelen Voor iedereen een eigen forensisch expert
Voor iedereen een eigen forensisch expert

IFS Artikelen

Voor iedereen een eigen forensisch expert

Posted By IFS

Door onze redacteuren
26 januari 2008 09:51

Een Amerikaan kwam deze week vrij na forensisch onderzoek door het echtpaar Eikelenboom, dat het NFI verruilde voor een eigen praktijk. Dat belooft een trend te worden.

Rotterdam, 26 jan. Gesprekken over forensisch onderzoekers Selma (53) en Richard (41) Eikelenboom gaan bijna altijd over hém. Hij is creatief in het vinden van sporen, slim en vasthoudend. Hij gaat verder dan andere onderzoekers in het interpreteren van DNA-materiaal. Hij zegt in de rechtszaal niet alleen wat hij in zijn laboratorium heeft gevonden, hij zegt ook wat hij denkt dat dat betekent. Een enkeling prijst hem daarom. Als híj het niet doet, zeggen ze, interpreteren juristen het materiaal en die weten er niets van.

Anderen noemen Richard Eikelenboom een „wetenschappelijk avontuurlijke geest”. Hij is niet opgeleid voor DNA-onderzoek, zeggen ze. Dat hij de publiciteit zoekt, wordt hem niet altijd in dank afgenomen.

Vrijlating

Richard Eikelenboom onderzoekt sporen
Richard Eikelenboom onderzoekt sporen (NRC Handelsblad)
Het echtpaar Eikelenboom kreeg deze week veel aandacht toen de Amerikaan Tim Masters (35) werd vrijgelaten. Masters had negen jaar geleden levenslang gekregen voor de moord op een kledingverkoopster, die hij als vijftienjarige zou hebben gepleegd. Independent Forensic Services, het forensisch bureau van de Eikelenbooms, vond in de zaak van de in 1987 vermoorde Peggy Hettrick wél sporen van haar ex-vriend, maar niet van de verdachte Masters. Amerikaanse onderzoekers hadden DNA-materiaal van de ex-vriend, gevonden in Hettricks slipje, over het hoofd gezien.

Toen de Eikelenbooms in 2003 in hun boerderij in Hulshorst (gemeente Nunspeet) hun bedrijf begonnen, doorbraken ze het monopolie van hun voormalig werkgever, het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) – een agentschap van het ministerie van Justitie met ruim 300 onderzoekers en zo’n 40.000 zaken per jaar. Richard Eikelenboom ging er met ruzie weg. Inmiddels is ook een andere oud-medewerker van het NFI – voormalig chief-scientist Ton Broeders – in Maastricht bezig zijn eigen instituut op te zetten. De verwachting is dat velen hun voorbeeld zullen volgen.

Sinds de zaak van de Schiedammer Parkmoord is in Nederland meer aandacht gekomen voor rechterlijke dwalingen. Advocaten verwachten dat het binnenkort makkelijker zal worden strafzaken te herzien, waardoor politie, justitie en advocaten een nog ruimer beroep zullen doen op een beperkt aantal forensisch deskundigen. In de Verenigde Staten zijn er een paar duizend forensisch experts, in het Verenigd Koninkrijk zijn dat er honderden, in Nederland gaat het slechts om tientallen, zegt advocaat Geert-Jan Knoops. Advocaten kunnen een beroep doen op hooguit twee, drie forensisch toxicologen om aan te tonen dat een verdachte het slachtoffer niet kán hebben vergiftigd. Als ze willen bewijzen dat een kogel niet uit het wapen van de verdachte kwam, kunnen ze nergens terecht. In Nederland zijn geen wondballistisch experts die exact weten wat een kogel aanricht in een lichaam.

Als een strafzaak wordt herzien, zegt Knoops, is het onwaarschijnlijk dat het oordeel van één van die schaarse toxicologen niet wordt beïnvloed door de eerdere bevindingen van de ander. Ze kennen elkaar, of hebben mogelijk een relatie met de overheid. Knoops, die veel herzieningszaken doet, zoekt vaak buitenlandse experts.

Expertise

Advocaten juichen de komst van commerciële forensische bureaus toe. Van de expertise van het NFI kunnen zij nauwelijks gebruik maken. Sinds een jaar of vijf opent het NFI zo nu en dan de deuren voor de verdediging, maar altijd met moeite en na toestemming van Justitie, zeggen advocaten.

Volgens sommigen kleven er ook risico’s aan de opkomst van commerciële forensische bureaus. Strafrechthoogleraar Ybo Buruma zegt in Nederland nu al een ontwikkeling te zien waarin „een deskundige steeds meer een partijdeskundige wordt”. Het NFI als expert voor justitie en politie, voor de verdediging is er een tegendeskundige. „In de VS, waar dat systeem al bestaat, is het de kwaliteit van deskundigenrapportages niet ten goede gekomen. Het gevaar zit er ontegenzeglijk in dat deskundigen zich laten prostitueren door één van beide partijen, hoe volstrekt oprecht zij ook zijn.” Hij doelt op NFI-deskundigen, die vaak al in het beginstadium bij een zaak zijn betrokken en – al dan niet bewust – teveel met de politie meedenken.

Het Openbaar Ministerie (OM) maakt nog nauwelijks gebruik van de expertise van de nieuwe, commerciële bureaus, zegt Emmy van der Bijl. Ze is landelijk officier forensische research bij het OM. DNA-onderzoek mag het OM niet eens laten doen door het bedrijf van de Eikelenbooms, zegt ze, omdat het nog niet geaccrediteerd is. Ander sporenonderzoek zouden ze er wel kunnen laten doen, maar daar zou het OM voor moeten betalen terwijl dat voor de diensten van het NFI niet hoeft. Een woordvoerder van de Eikelenbooms zegt dat het OM wel degelijk gebruik maakt van hun diensten, ook voor DNA-onderzoek. En laatst heeft het OM de hulp van Ton Broeders ingeroepen voor forensische spraakanalyse.

Concurrentie

Tjark Tjin-A-Tsoi, algemeen directeur van het NFI, juicht concurrentie toe. Hij was hiervoor directeur concurrentietoezicht bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Door snelle technologische vooruitgang en door de aandacht voor terrorismebestrijding heeft zijn NFI de afgelopen jaren alleen maar meer werk gekregen. Door concurrentie blijft zijn instituut scherp, zegt hij. „Het staat buiten kijf dat het NFI klantvriendelijker moeten worden.” Dat er meer forensisch onderzoeksbureaus zullen komen – daarvan is hij overtuigd – zal het vakgebied ten goede komen. Er zullen bijvoorbeeld meer specialisaties ontstaan.

Het is volgens Tjin-A-Tsoi wel van belang dat er beter toezicht komt. Net als accountants zouden forensisch onderzoekers zich moeten registreren, zegt hij. Het ministerie van Justitie is bezig met een deskundigenregister waar rechters, officieren en advocaten uit kunnen putten als zij een expert nodig hebben. Nu kan iedereen zichzelf nog forensisch onderzoeker noemen. In Amsterdam is er voor het eerst een masteropleiding Forensisch Onderzoek.

Ook advocaat Geert-Jan Knoops ziet risico’s in de commercialisering van forensisch onderzoek, maar die wegen volgens hem niet op tegen de voordelen: de rechter zal op basis van twee rapporten tot een beter oordeel kunnen komen dan na het lezen van één rapport. „Nu kan een dialoog ontstaan in de rechtszaal.”

Written by IFS

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.