0341 - 45 15 20 info@ifsnederland.com

Sporenonderzoek

Sporenonderzoek

Posted By IFS

Het onderzoek naar de overdracht van biologische sporen is erop gericht te onderzoeken of de aangetroffen sporen een relatie hebben met een gepleegd delict en zo ja welke relatie dit kan zijn.

sporenonderzoek

Naast de herkomst van celmateriaal, die aan de hand van het DNA-profiel kan worden bepaald, is voor de bepaling van de bewijswaarde van groot belang wat de relatie is tussen de donor van het celmateriaal en het strafbare feit. Deze relatie kan mede worden afgeleid uit een gegeven zoals de plaats waar het spoor wordt aangetroffen. Daarnaast hangt de bewijswaarde af van de aard van de handeling, de actie of het proces waarbij het celmateriaal is achtergelaten. Zo heeft een DNA-profiel dat wordt verkregen uit bijvoorbeeld een bemonstering van een wurgspoor meer bewijswaarde dan eenzelfde profiel dat wordt verkregen van een peuk aangetroffen op enige afstand van het slachtoffer. Immers, het wurgspoor staat in directe relatie met het misdrijf terwijl de relatie van de peuk met het misdrijf niet bij voorbaat duidelijk is.

Bij de selectie van sporen wordt rekening gehouden met de kans dat van een bemonstering van een stuk van overtuiging een DNA-profiel kan worden verkregen. De kans op een bruikbaar DNA-profiel is bij de bemonstering van een bloeddruppel veel groter dan bij de bemonstering van aanraaksporen van een willekeurig object dat is vastgepakt.

De verschillende soorten celmateriaal kunnen worden onderverdeeld in vier categorie├źn wat betreft de concentratie DNA per volume eenheid:

  • categorie 1: sperma en weefsel;
  • categorie 2: bloed;
  • categorie 3: celmateriaal uit lichaamsopeningen, bijvoorbeeld speeksel en neusvocht;
  • categorie 4: huidcellen.

Onder categorie 1 valt het type celmateriaal dat het meeste DNA bevat per volume-eenheid en waaruit in het algemeen een volledig DNA-profiel wordt verkregen.

Categorie 4 bevat het type celmateriaal dat het minst bruikbare DNA per volume-eenheid bevat. In deze categorie vallen huidcellen. De kans op het verkrijgen van een bruikbaar DNA-profiel is in deze categorie het kleinst.

Indien het aantal DNA-onderzoeken toeneemt, neemt ook de kans toe dat een profiel wordt verkregen. Tevens wordt de kans op een bruikbaar DNA-profiel groter wanneer de kracht toeneemt die op een object wordt uitgeoefend en wanneer het oppervlak van het object ruwe, poreuze delen bevat. De kans om celmateriaal van personen aan te treffen die in fysiek contact met een slachtoffer zijn geweest hangt verder af van de zoekstrategie (welke sporen verwacht men waar aan te treffen) en de ervaring van de onderzoeker. De gebruikte methoden voor DNA-bemonstering, DNA-isolatie en DNA-vermeerdering spelen eveneens een belangrijke rol.

lab1