info@ifsnederland.com

Na negen jaar cel vrijgepleit door DNA

Independent Forensic Services IFS Artikelen Na negen jaar cel vrijgepleit door DNA
Na negen jaar cel vrijgepleit door DNA

IFS Artikelen

Na negen jaar cel vrijgepleit door DNA

Posted By IFS

Rotterdam, 22 jan. Tijdens het telefoongesprek met forensisch expert Richard Eikelenboom, die in Denver is, gaat een andere telefoon. „DNA-onderzoek bij paarden? Ja, daar is wel een testkit voor. Wat willen ze? Identificatie? Dat doen we niet hoor.” Er wordt weer opgehangen. Tegen de interviewer: „Er bellen nu lui die allerlei dingen willen. Maar we houden ons voorlopig bij moordzaken.”

De ster van Richard Eikelenboom en zijn echtgenote Selma Eikelenboom is rijzende, nu hun zelfstandige forensisch bureau ervoor gezorgd heeft dat Tim Masters (35) hoogstwaarschijnlijk vandaag in de VS zal worden vrijgelaten. Hij zat negen jaar onschuldig in de gevangenis, zo wordt nu algemeen aangenomen. Over de veroordeling bestond al jaren twijfel, maar DNA-onderzoek door Eikelenbooms bureau Independent Forensic Services in Hulshorst gaf de doorslag.

Het bureau vond in de zaak van de in 1987 vermoorde kledingverkoopster Peggy Hettrick wél DNA-sporen van de ex-vriend van het slachtoffer, maar absoluut niet van de verdachte Masters. De resultaten werden bevestigd door het forensisch bureau van de staat Colorado. De vrijlating van Masters, waarover vandaag officieel besloten moet worden tijdens een rechtszitting waar het echtpaar Eikelenboom bij aanwezig is, zal volgens Richard alleen nog „een formaliteit” zijn.

In de zaak-Masters was door de staat Colorado en de FBI al eerder DNA-onderzoek gedaan, maar niet zo gedetailleerd. De kleren van de in 1987 vermoorde Peggy Hettrick waren onderzocht op DNA in haar en bloed, net als messen uit de collectie die Tim Masters erop na hield. Daar kwam niets uit dat op Masters’ schuld wees – maar dat werd terzijde geschoven. DNA-sporen van een mogelijke andere dader kwamen evenmin boven water. Die sporen vond het bureau van het echtpaar Eikelenboom wél.

Toen Richard Eikelenboom nog bij het Nederlands Forensisch Instituut werkte, vond hij belastende sporen van de veroordeelde Ernest Louwes in de Deventer moordzaak. Bij de Schiedammer parkmoord, waarvoor Cees B. onschuldig vastzat, was Eikelenboom degene die wees op gedeeltelijke DNA-profielen van een derde persoon – die later de werkelijke dader bleek. DNA-onderzoek, dat zo’n harde reputatie heeft, is blijkbaar afhankelijk van degene die het uitvoert. Wat is het juiste recept?

Sporen zijn niet eenvoudig te vinden, zegt Richard Eikelenboom. „Zelfs bij een verkrachtingszaak is er vaak geen sperma.” Voor bloed en speeksel – andere gemakkelijke bronnen van DNA – geldt hetzelfde. Uiteindelijk gebruikte Eikelenbooms bureau in de zaak-Masters losgelaten huidcellen. Ze selecteerden met hulp van profilers, medewerkers die bij misdrijven beredeneren hoe de dader gehandeld heeft, zeventig tot tachtig plekken op de kleding van Hettrick waar een dader cellen kon hebben achtergelaten, en bemonsterden die. Een hele broek of truishirt onderzoeken gaat niet – elke analyse kost 400 euro. „Je zoekt locaties waar een dader wél sporen achterlaat, maar andere mensen niet. De onderkant van broekspijpen bijvoorbeeld. Ik sleep mijn vrouw niet dagelijks aan haar benen door de kamer.”

Zulke aanraaksporen zijn zeldzaam. Zelfs bij intensieve (lees: mogelijk gewelddadige) aanraking wordt slechts in één op vijf gevallen een DNA-profiel gevonden. Uiteindelijk doken sporen van de ex van Hettrick op aan de binnenkant van haar slipje. Wat de ex overigens niet direct tot de dader maakt. Eikelenboom: „Dat onderzoek begint nu pas.”

Ook het labmateriaal is belangrijk. Om te beginnen: geen wattenstaafjes. „Daar waaieren de sporen van uit. Op de locaties [op kleding etc., red] die al door de mensen in Colorado met een wattenstaafje waren bemonsterd, vonden wij veel minder DNA.” Er is een hele lijst producten die volgens Eikelenboom de kwaliteit van monsters beïnvloeden, zoals oplossingen voor isolatie en zuivering van DNA-materiaal, en chemicaliën die DNA-fragmenten vermenigvuldigen. Vervolgens worden die fragmenten gelezen met een ‘DNA-sequencer’, een apparaat dat de fragmenten scheidt, ze door een smalle buis voert (een capillair) en ze met een laser detecteert. „Wij gebruiken een machine – de ABI 310 – die langzaam is, maar wel nauwkeurig.” Met één capillair. De grote labs gebruiken een variant met zestien capillairen. „Veel sneller, maar niet zo nauwkeurig. Die machine heeft ook maar één laser, en die moet al die zestien capillairen uitlezen.” Doordat grote labs kampen met capaciteitsproblemen, gebruiken ze geen langzame machines, zegt Eikelenboom. „Maar als ze dit bij het Nederlands Forensisch Instituut lezen, zetten ze er misschien wel eentje neer.”

Dat hun bureau ondanks hun technieken geen DNA van Masters vond, betekent meer dan ‘gebrek aan bewijs’, vindt Richard Eijkelenboom. Het pleit Masters vrij. „Hoe waarschijnlijk is het nou dat je helemaal geen DNA vindt van degene die de moord zou hebben gepleegd? Er was in 1987 nog geen Crime Scene Investigation, geen DNA-bewustzijn. Een dader lette daar niet op, destijds. Je moet sporen in hun context plaatsen.”

Written by IFS

Comments are closed.