0341 - 45 15 20 info@ifsnederland.com

DNA contra-onderzoek door IFS

Independent Forensic Services DNA contra-onderzoek door IFS

DNA contra-onderzoek door IFS

Posted By Richard Eikelenboom

Fouten worden gemaakt. Ook door het NFI. Dit weet ik uit eigen ervaring, maar ik lees het ook in de media. Een greep uit de artikelen:

 

 

 

 

 

Wat zijn zoal de fouten die worden gemaakt:

Verwisseling van monsters:
Dit type verwisseling komt regelmatig voor en is zeer moeilijk te achterhalen. Bijvoorbeeld: spoor 1 plaats delict wordt verwisseld met spoor 2 plaats delict. Als dit binnen dezelfde zaak is dan kunnen de gevolgen op zich meevallen als de DNA resultaten matchen met dezelfde persoon. Een probleem wordt het wanneer het ene spoor zeer incriminerend is en het andere spoor niet. Bijvoorbeeld een uitstrijkje van de anus versus een bemonstering van de buitenzijde van de hand van een slachtoffer. Nog erger kan het worden wanneer bijvoorbeeld een bemonstering uit een inbraak terecht komt in een moordzaak en er is een databankmatch. De inbreker wordt dan opeens een verdachte in een moord.
Oplossing: Nieuw grondig biologisch sporen- en DNA-onderzoek op de stukken van overtuiging. De kenmerken van de werkelijke dader moet dan opkomen.

Verwisseling van referentiemonsters:
Dit is zeer ernstig omdat het direct kan leiden tot een dwaling. Verdachte 1 wordt bijvoorbeeld verwisseld met verdachte 2.  DNA-sporen op het slachtoffer matchen dan met verdachte 2 terwijl verdachte 1 de dader is.
Oplossing: Nieuw referentiemonster afnemen van de client en op DNA onderzoeken.

Verwisseling van namen op papier:
Verdachte 1 wordt verdachte 2. Ook dit kan direct leiden tot een dwaling.
Oplossing: Grondige dossier studie en een nieuw referentiemonster afnemen van de client en op DNA onderzoeken.

Contaminatie:
Er zijn vele vormen van contaminatie, maar vaak wordt DNA van een onderzoeker op een stuk van overtuiging achtergelaten. Als het al ontdekt wordt, dan verklaart het NFI het spoor meestal onbruikbaar na een contaminatie. Dit kan ook ernstige gevolgen hebben voor de de zaak.

Als het een belangrijk spoor betreft dan kan dat de reden zijn dat schuldigen niet worden vervolgd, zoals bijvoorbeeld in de zaak van de Wreker van Zuuk. Ook voor verdachten kan het betekenen dat potentieel ontlastend bewijs niet naar boven komt. IFS is van mening dat ondanks contaminatie toch moeten getracht om de sporen te gebruiken en verder te onderzoeken. In de VS hebben we veel met dit probleem te maken omdat bewijs in handen van alle proces partijen wordt gegeven inclusief leden van de jury. Bij de grote zaken waaraan IFS in de VS heeft gewerkt was het bewijs altijd gecontamineerd. In al die zaken is toch belangrijk DNA bewijs aangetroffen. Het onderzoek wordt (veel) moeilijker, maar dat betekent niet automatisch dat het onmogelijk wordt.
Oplossing: Nieuw onderzoek aan de stukken van overtuiging, nader onderzoek aan de DNA-extracten en DNA-profielen op papier verkregen door het NFI.

DNA databank match:
Er schuilt een gevaar bij een verdenking die slechts gestoeld is op een databasematch. Met een gerapporteerde frequentie van minder dan één op één miljard lijkt een overeenkomend DNA-profiel een bijna zeker bewijsmiddel. Echter de kans op fouten in een politiebureau of laboratorium is aanzienlijk groter. Het is daarom aan te raden de verrichte onderzoeken te herhalen. Voor wat betreft het forensisch DNA-onderzoek dient het forensisch laboratorium de gerapporteerde match te bevestigen door zowel het referentiemonster van de verdachte als het biologische spoor opnieuw te onderwerpen aan een DNA-onderzoek, bij voorkeur met een ander systeem, en te controleren of het nieuwe DNA-onderzoek dezelfde uitkomsten oplevert. Deze controle wordt vaak niet verricht omdat het NFI dat niet nodig vindt. De beoordeling of een verdachte schuldig is aan een bepaald misdrijf moet in ieder geval altijd worden gezien in de context van het overige bewijs tegen de matchende verdachte.
Oplossing: Nieuw referentiemonster afnemen van de client en op DNA onderzoeken. Dossieronderzoek op overig bewijs. Als de zaak hangt op DNA bewijs alleen, dan mag dat niet leiden tot een veroordeling.

Fout in wijze van bemonsteren:
Sommige stukken van overtuiging zijn moeilijk te bemonsteren. IFS heeft meer ervaring op het gebied van bemonsteren van biologische sporen dan de andere forensiche laboratoria in Nederland. Zo waren/zijn medewerkers van het NFI niet op de hoogte dat suede speciale problemen met zich mee brengt tijden de isolatie van DNA.
Oplossing: Laat IFS complexe onderzoeken op biologische sporen uitvoeren. Dit verzoek kan ook aan de rechter worden voorgelegd.

Fout in de wijze van interpretatie:
De bekendste zaak waarin dit in Nederland heeft plaatsgevonden is de Puttense moordzaak. In deze zaak werd op activiteitenniveau uitspraken gedaan door een professor. Deze kwam met de sleeptheorie omdat het DNA-bewijs van tafel moest. Bij deze theorie werd het vloeibare sperma dat was aangetroffen op het been van Christel Ambrosius niet als dader-spoor bestempeld maar als een spoor achtergelaten door een vriendje van de avond ervoor. Daarna was het sperma versleept tijdens de verkrachting van het slachtoffer. Op grond van technische biologische bevindingen wist het NFI dat deze theorie niet klopte maar deskundigen vonden het niet nodig om deze absurde theorie te weerleggen. Kilometers fietsen zonder dat sperma in haar slip belande, de afwezigheid van vaginaal epitheel in de bemonstering, vloeibaar spoor op het been en de concentratie spermakoppen in de bemonstering maken de theorie extreem onwaarschijnlijk. Jaren later is de sleeptheorie door mij weerlegd. Over de Puttense moordzaak zal ik nog een apart artikel schrijven op een later tijdstip.
Oplossing: Contra-expertise op activiteitenniveau laten uitvoeren door IFS.

Fout in de apparatuur:
Een DNA contra-onderzoek waarbij alleen het DNA-extract van het NFI opnieuw wordt onderzocht toont eigenlijk alleen aan of een DNA-extract en een DNA contra-extract (dit zijn 2 verschillende buisjes met DNA) van een bemonstering mogelijk zijn verwisseld of dat er een systemische fout zit in de gebruikte apparatuur. Peter de Knijff van het FLDO is in de jaren negentig akkoord gegaan met deze wijze van contra-onderzoek. Grote fouten voortkomend uit bovenstaande problemen komen met dit type onderzoek niet aan het licht.
De kans op een fout: De kans dat een willekeurig individu over hetzelfde DNA-profiel beschikt is kleiner dan één op één miljard. Deze zin of vergelijkbaar wordt vaak aangetroffen in DNA rapportages. Van 1997 tot 2010 zijn in totaal 1650 kleine en grote fouten gemaakt op het NFI. De kans op een fout is dus veel groter dan één op één miljard.

Klik hier voor het totale overzicht van de 1650 gemaakte fouten.

Belangrijk voor de verdediging van verdachten is dat advocaten fouten op het spoor komen door relevante contra-onderzoeken uit te laten voeren.

Op grond van de expertise en jarenlange ervaring is de advocatuur het best gediend bij (DNA) contra-onderzoek door IFS. IFS is in Nederland het enige bedrijf dat over deskundigen beschikt die over bloedspoorpatronen en DNA-onderzoek op activiteitenniveau rapporteren en daar veel ervaring mee hebben.
Om meer inzicht in de zaak te krijgen moet de verdediging een aantal stukken op vragen bij het NFI en de politie. Klik hier voor de lijst met op te vragen stukken. Niet alle stukken zijn relevant voor iedere zaak, dat moet per geval worden bekeken. IFS kan een quickscan uitvoeren op het dossier dat beschikbaar is bij de verdediging. In de quickscan wordt uiteen gezet welke onderzoeken IFS kan uitvoeren.