0341 - 45 15 20 info@ifsnederland.com

CSI in een Veluwse boederij: Richard en Selma Eikelenboom

Independent Forensic Services IFS Artikelen CSI in een Veluwse boederij: Richard en Selma Eikelenboom
CSI in een Veluwse boederij: Richard en Selma Eikelenboom

IFS Artikelen

CSI in een Veluwse boederij: Richard en Selma Eikelenboom

Posted By IFS

CSI in een Veluwse boerderij
door Hanneke Keultjes foto Josje Deekens. zaterdag 09 augustus 2008

In de bocht van het slingerweggetje leidt een onverharde oprit naar een idyllische, witte boerderij. Vogeltjes fluiten. In de verte hinnikt een paard. De schijn bedriegt. Hier heersen moord en doodslag.
Welkom bij Independent Forensic Services, het forensisch lab van Selma (53) en Richard (41) Eikelenboom.

Het contrast tussen de serene rust van de Veluwe en de hectiek in de ‘CSI-boerderij’ is groot. De ogen van de wereld zijn tegenwoordig op het kleine bedrijf gericht, nadat het echtpaar Eikelenboom aantoonde dat de in 1998 tot levenslang veroordeelde Amerikaan Tim Masters de toen 37-jarige Peggy hettrick niet vermoord had. Sindsdien heeft het stel het druk, heel druk.

Toch wil Richard Eikelenboom zijn werk best demonstreren, maar alleen op bewijsmiddelen – ‘stukken van overtuiging’ – van een oude, afgesloten zedenzaak. Meekijken bij een lopende zaak is uit den boze. Door de aanwezigheid van ‘vreemden’ zouden DNA-monsters besmet kunnen raken. Bovendien is al het onderzoek strikt vertrouwelijk.

Op een paar meter van de boerderij doet een schuur dienst als onderzoeksruimte. In een sluis trekt de speurder een witte stofjas over zijn kleding aan, zet een bril op en doet een mondkapje voor. De ruimte is eenvoudig: vierkant met een aantal tafels in het midden.

Op één van de tafels staat een robuuste zwarte koffer met paarse, blauwe, groene en blauwgroene zaklampen. Het zijn geen gewone lampen, maar ‘crime-lites’: iedere kleur kan sporen – bloed, kruitsporen, lichaamsvloeistoffen en behandelde vingerafdrukken – zichtbaar maken.

Richard zet een oranje plastic bril op, pakt de blauwe zaklamp uit de koffer en schijnt daarmee op een kort afgeknipte spijkerbroek, gedragen door het slachtoffer van een zedenmisdrijf. Als hij het licht in het kleine laboratorium uitdoet, lichten vlekken fluorescerend op. Op het kruis zit sperma, wijst de forensisch onderzoeker.

Hoewel ook dit soort onderzoek deel uitmaakt van het werk dat Independent Forensic Services (ISF) doet, is het niet de specialiteit van Richard. Dat is het vinden van DNA-sporen die door geen enkel gekleurd crime-lite zichtbaar gemaakt kunnen worden: aanraaksporen. Deze minuscule huiddeeltjes worden door daders achtergelaten op het moment dat ze het slachtoffer vastpakken.

De zoektocht naar aanraaksporen lijkt op het zoeken naar een speld in een hooiberg. Daarom moet Richard wéten wat de meest waarschijnlijke plekken zijn waar de dader het slachtoffer heeft vastgepakt. Daarvoor is informatie uit het politiedossier onontbeerlijk.

Aanraaksporen, klein als ze zijn, kunnen grote gevolgen hebben. De Amerikaan Tim Masters dankt er sinds begin dit jaar zijn vrijheid aan. Hoewel hij altijd volhield onschuldig te zijn, werd Masters in 1999 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens moord op de 37-jarige Peggy Hettrick. Masters was 15 ten tijde van de moord, in 1987.

Hettrick werd gevonden in het veld achter de stacaravan waar Masters woonde. Slipje en spijkerbroek waren tot haar knieën naar beneden getrokken en haar bovenkleding was tot boven haar borsten geduwd. Er waren aanwijzingen dat ze aan haar armen en enkels versleept was.

Er was geen enkel technisch bewijs dat Masters bij de moord betrokken was. Wel waren er lugubere tekeningen van zijn hand. Een psycholoog oordeelde later dat die van de dader moesten zijn. Richard Eikelenboom onderwierp op verzoek van het verdedigingsteam de kleding van het slachtoffer aan grondig onderzoek.

De onderzoeker begon gratis, omdat hij wilde weten of dit een gerechtelijke dwaling was. “Het technisch bewijs klopte niet.”

De boodschap aan het verdedigingsteam was echter duidelijk: ” Vinden we Masters, dan rapporteren we dat ook.” Hij nam tientallen monsters, vond DNA-profielen, maar geen daarvan kwam overeen met het DNA van Tim Masters.

De kans dat Masters bij het slachtoffer was geweest, werd daardoor heel klein. Wél vond hij het DNA van de ex-vriend van Hettrick, die eerder als verdachte in beeld was geweest. Richard speelt advocaat van de duivel: “Kijk, als er DNA van Selma onder mijn vingernagels wordt gevonden, zegt dat niet zoveel. Ik ben met haar getrouwd. Als slachtoffer en verdachte rond de moord geen contact hadden, is het opeens wél verdacht als er DNA opduikt. Theoretisch kan dat natuurlijk, maar is het ook waarschijnlijk?”

Nee, want de plekken waar hij zijn DNA vond, waren bijzonder: aan de binnenkant van Hettricks slipje en aan de onderkant van haar broekspijpen. Het bleek voldoende om Masters vrij te krijgen. Inmiddels wordt de rol van de ex-vriend, de vermoedelijke dader, nader onderzocht.

Voor Richard was het vinden van het DNA van Hettricks ex-vriend ‘wel een juichmomentje’. Écht een verrassing was het niet. Hij is nu eenmaal goed in dingen vinden die anderen niet kunnen vinden. “Noem het talent”, zegt Richard schouderophalend. Als kind was hij al goed in het vinden van zoekgeraakte dingen. Zo was zijn moeder eens een broche kwijt. Ze had overal gezocht. “Ik stond in de woonkamer op vijf hoog en zag het speldje achter de auto liggen. Ach, sommige mensen zien dingen sneller dan anderen en vinden dingen sneller”, relativeert hij.

Toch is het een belangrijke kwaliteit voor een forensisch onderzoeker. Bevlogenheid is een onmisbaar eigenschap. Toen het forensisch bureau zijn intrek nam in de boerderij, bewust buiten de stad en ver van pottenkijkers, was het de bedoeling dat het naast bedrijfsruimte ook dienst zou doen als woning.

Inmiddels is daar alleen nog een slaapkamer van over. De warme maaltijd nuttigen Selma en Richard achter hun bureaus. Het tekent de inzet van het stel. Ze eisen altijd en overal honderd procent van zichzelf. Misdaden oplossen is een roeping, vinden ze eensgezind. Dat doe je 24 uur per dag, zeven dagen per week. “Je hebt mensen die zaken doen en mensen die zaken oplossen”, zegt Richard. “Het mag duidelijk zijn dat ik mezelf tot de laatste reken.”

De roeping van ‘Crime Scene Investigator’ is best zwaar. Met iemand die die bevlogenheid niet deelt, kun je niet samenleven, vindt Richard. Daarom is het een ‘zegen’ dat het liefde op het eerste gezicht was toen ze elkaar tegenkwamen, op een cursus bloedspatpatronen waar Richard les gaf en Selma uit interesse naar toe ging. Destijds was zij nog aan het werk in de medische wereld. Daar had ze zich van maatschappelijk werkster opgewerkt tot ambulancemedewerker, eerstehulparts en studeerde ze chirurgie. Door het overlijden van een patiënt met het hiv-virus kwam ze in contact met de forensisch tak van de geneeskunde.

“Het gepuzzel dat daarbij komt kijken – is het een natuurlijke of niet-natuurlijke dood? – sprak me direct aan.” Ze specialiseerde zich in het bepalen van het tijdstip van overlijden. Ook is ze deskundige in het vinden van de doodsoorzaak.

Ze werkte een jaar bij het Nederlands Forensisch Instituut in Rijswijk, waar Richard toen al als DNA-specialist in dienst was. Hij zag na het afronden van de laboratoriumschool in 1989 maar één carrière voor zich: het gerechtelijk laboratorium. Hij was betrokken bijna grote zaken als de Schiedammer Parkmoord (2000), de moord op Anne de Ruyter de Wildt (1997), de Puttense moordzaak (1994) en de Zaanse paskamermoord (1984). “Ik was de enige die altijd mee ging. Ik wilde de plaats delict met eigen ogen zien.”

Selma betitelt het Rijkswijkse insituut als ‘een bureaucratische organisatie’.

In 2003 begint ze daarom samen met NFI-collega en DNA-specialist Hannie van der Meij Independent Forensic Services. Ze bouwen het met eigen handen op. In 2005 versterkt Richard het team.

In Nederland een eigen bedrijf in forensisch onderzoek hebben is één, een dergelijke onderneming draaiende houden, is een tweede. Dat is niet makkelijk als de concurrent gratis werkt. Het NFI, het officieuze overheidslaboratorium, krijgt het volledige budget van het ministerie van Justitie. Zo is het voor politie en justitie een organisatie waar ze gratis kunnen winkelen.

Toch heeft het NFI in Nederland geen monopoliepositie meer. Ook IFS, waar ook DNA-specialist Van der Meij nog steeds deel van uitmaakt, heeft in de groeiende markt bestaansrecht. Het bedrijf biedt meerwaarde, is de stellige overtuiging van Selma en Richard. IFS is namelijk gespecialiseerd in complexe onderzoeken en wil daar van het begin af aan bij betrokken worden. Ze gaan mee met het opsporingsteam en kunnen zo direct beoordelen hoe relevant de vondst van een spoor is.

Richard: “In Nederland worden in eerste instantie maar zeven sporen onderzocht tijdens een moordzaak. Je moet je dan als onderzoeker telkens afvragen: hoe zinnig is dit onderzoek? Daar kun je alleen antwoord op geven als je de juiste informatie hebt.”

Een andere stroming binnen de forensische wetenschap vindt echter dat te veel informatie de objectiviteit schaadt. Onzin, oordeelt Selma. Fel: “Als een zieke bij de dokter komt, zeggen we toch ook niet ‘we zeggen niet wat-ie mankeert, ga maar zoeken’.” Bovendien, benadrukt Richard, zoeken zij naar sporen en een dader, niet naar een verdachte. “Daarmee zijn we onbevooroordeeld.”

Selma en Richard zien veel ellende. Ze zien waar de mens toe in staat is en dat gaat ze niet in de koude kleren zitten. “Mijn vertrouwen in de mensheid is wel wat geslonken. Dan gaat het spreekwoord op: hoe beter men de mensen kent, hoe liever men de dieren ziet”, zegt Selma.

De onderzoeksboerderij wordt bewaakt door herders Wolf en Joy. Lapjeskat PoesieWoesie bewaakt de comfortabelste stoel. Selma: “Ik voel me bij wijze van spreken meer thuis bij onze huisdieren dan bij een hoop mensen.” Selma vindt vooral kinderzaken ‘walgelijk’. “Je moet met je tengels van kinderen afblijven.”

Om hun hoofden leeg te maken van alle ellende, gaan Selma en Richard hardlopen, ook een gezamenlijke passie. Selma: “En als het werk die dag extra zwaar is geweest, lopen we tien minuten langer.”

Written by IFS

One thought on “CSI in een Veluwse boederij: Richard en Selma Eikelenboom

  1. Hallo,
    Ik zie dat het een oud artikel is, maar hebben jullie misschien een email adres van Selma Eikelenboom voor mij. Mijn coach is erg geinteresseerd in haar artikelen en zou graag contact met haar opnemen.
    Ik hoor graag van u.
    Met vriendelijke groet,
    Hanneke Peters

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.