0341 - 45 15 20 info@ifsnederland.com

Bepaling tijdstip van overlijden

Independent Forensic Services Bepaling tijdstip van overlijden

Bepaling tijdstip van overlijden

Posted By IFS

Nadat een persoon is overleden vinden bepaalde veranderingen in het lichaam plaats. Omdat geen hartslag meer aanwezig is en dus geen bloedsomloop, zakt het bloed in de vaten onder invloed van de zwaartekracht naar het laagst gelegen punt. De verkleuringen die dit oplevert staan bekend als lijkvlekken. Als iemand kortgeleden is overleden zijn de lijkvlekken, bijvoorbeeld met een vinger, nog wegdrukbaar. Na verloop van tijd zijn de lijkvlekken gefixeerd en niet meer wegdrukbaar. Er is echter een aanzienlijke variatie in het aantal uren waarin zowel het optreden van lijkvlekken plaatsvindt, als de mate van fixatie. Dit maakt deze methode ongeschikt om het tijdstip van overlijden nauwkeurig vast te stellen.
Time of deathEen andere verandering in het lichaam na overlijden, is het optreden van lijkstijfheid. Dit is een verstijving van de spieren. Ook hier is een ruime variatie in het tijdstip van optreden, de mate en de tijdsduur waarin de lijkstijfheid aanhoudt. Ook deze methode is dus ongeschikt voor een nauwkeurige bepaling van het tijdsverloop sinds het overlijden, ook wel postmortaal tijdsinterval (PMI) genoemd. Indien de gegevens over lijkvlekken en lijkstijfheid in combinatie met andere methoden worden gebruikt, kunnen deze verschijnselen toch waardevolle informatie leveren.

De afkoeling van het lichaam na overlijden biedt echter het beste aanknopingspunt om het PMI te bepalen. De meest grove methode is “the rule of thumb”. Hierbij gaat men uit van een gemiddelde afkoeling van het lichaam van 1 graad Celsius per uur. Er zijn echter vele factoren van invloed op de afkoeling. Daarmee is ook “the rule of thumb” als methode ongeschikt.

Wetenschappelijk onderzoek naar de afkoeling van het lichaam heeft twee modellen opgeleverd die in Nederland worden gehanteerd: Henssge’s nomogram en het rekenmodel volgens TNO. In beide modellen wordt met behulp van wiskundige formules een tijdstip van overlijden berekend, met daaromheen een bepaalde tijdsperiode (spreiding), waarin het overlijden kan hebben plaatsgevonden. Dit is het onzekerheidsinterval. Bij Henssge’s nomogram is dat minimaal drie uur voor en drie uur na het berekende tijdstip ofwel een postmortaal interval van minimaal 6 uur. Bij het model van TNO is dit afhankelijk van de beschikbare gegevens.